alupas.eu

wie is aansprakelijk als er verkeerde gegevens in het productpaspoort staan

De fabrikant staat in eerste instantie aan de lat

De verplichting om te zorgen dat gegevens in het productpaspoort kloppen, ligt bij degene die het product op de markt brengt — meestal de fabrikant, en bij aluminium van buiten de EU de importeur. Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de fabrikant de plicht op om te zorgen dat het product en de bijbehorende informatie overeenkomen met wat de regelgeving voorschrijft, en dat geldt ook voor de inhoud van het digitaal productpaspoort zoals dat in artikel 9 van de ESPR is omschreven. Wie de gegevens over legering, herkomst, recyclingaandeel of milieu-impact aanlevert, is dus ook degene die verantwoordelijk is als die gegevens niet blijken te kloppen. Dat is geen boetesysteem met een vast bedrag — de tekst van de ESPR zelf gaat over de verplichting om juiste gegevens aan te leveren, niet over de sanctie die daarop volgt. Die sancties worden per lidstaat ingevuld, en daarover staat op deze pagina bewust niets dat niet in de brontekst terug te vinden is.

Voor wie dit geldt, en waar de grens ligt

Deze aansprakelijkheid raakt in de eerste plaats de partij die de gegevens heeft samengesteld en aangeleverd: bij aluminium halffabricaten meestal de fabrikant of, bij import van buiten de EU, de importeur die in dat geval een deel van de fabrikantsverplichtingen overneemt. Wie twijfelt of die rol op hem van toepassing is, vindt een uitgebreidere uitleg op de pagina Ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR?. Een distributeur of handelaar die het aluminium alleen doorverkoopt zonder de gegevens zelf op te stellen, heeft een andere positie: die partij moet doorgaans controleren of er een paspoort aanwezig is, maar is niet degene die voor de juistheid van de onderliggende inhoud instaat — dat verschil staat toegelicht op de pagina over verplichtingen van een distributeur of handelaar. Wie aluminium onder een eigen merk verkoopt, komt weer in een andere positie terecht: artikel 27 behandelt de situatie waarin een partij zich als fabrikant presenteert, en dat kan gevolgen hebben voor wie welke gegevens moet kunnen onderbouwen, zoals beschreven op de pagina over verkopen onder eigen merk. Deze pagina gaat over de vraag wie voor de juistheid van gegevens instaat — niet over de vraag wie het paspoort technisch aanmaakt of hoe lang het bewaard moet blijven; dat is een andere vraag met een ander antwoord.

Wat nu al vaststaat, en wat nog niet

Een vaste datum waarop de verplichtingen rond het digitaal productpaspoort voor aluminium ingaan, is er nog niet. De ESPR is de kaderwet; de concrete eisen voor aluminium producten komen in een gedelegeerde handeling die volgens het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030 wordt voorzien voor 2027. Zodra die handeling is gepubliceerd, wordt deze datum hier vermeld. Tot die tijd geldt wel al het algemene principe uit artikel 27: wie gegevens over een product naar buiten brengt, is verantwoordelijk voor de juistheid daarvan, los van de vraag of het digitaal paspoort al verplicht is. Met andere woorden — de aansprakelijkheid voor foutieve gegevens is geen nieuw concept dat pas met het paspoort ontstaat, het is een uitwerking van een verplichting die al in de kaderverordening staat.

Wat dit betekent voor wie nu een paspoort samenstelt

Wie nu al gegevens aanlevert voor een productpaspoort, doet er goed aan om eerst vast te stellen wie in de keten welke gegevens heeft aangeleverd en op basis van welke onderliggende documenten — smeltcertificaten, testrapporten, leveranciersverklaringen. Artikel 39 van de ESPR beschrijft dat gegevens moeten steunen op betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare test-, meet- en berekeningsmethoden, wat betekent dat een fabrikant die gegevens overneemt van een toeleverancier er goed aan doet om te weten waarop die gegevens zijn gebaseerd. Bij wisseling van toeleverancier is dat een moment om opnieuw te kijken of de onderliggende gegevens nog kloppen, zoals ook toegelicht op de pagina over wisselen van leverancier. Bij levering aan een merkeigenaar die het paspoort verder afmaakt, is het van belang om vast te leggen welke gegevens door wie zijn aangeleverd, iets dat nader wordt besproken op de pagina over private label toelevering. Verder is het verstandig om rekening te houden met artikel 40 van de ESPR, dat gaat over het voorkomen van omzeiling en verslechtering van prestaties: gegevens die kloppen op het moment van testen maar in de praktijk niet overeenkomen met de werkelijke prestaties, vallen ook onder die bepaling. Wie voor het eerst met deze materie te maken krijgt, vindt een algemene inleiding op de pagina Wat is een digitaal productpaspoort voor aluminium?

Waar dit op stoelt: artikel 27, 9, 39 en 40 ESPR

De verplichting om te zorgen voor juiste gegevens volgt uit artikel 27 van de ESPR, dat de algemene verplichtingen van fabrikanten regelt. Artikel 9 beschrijft wat het digitaal productpaspoort inhoudt en welke informatie erin moet staan. Artikel 39 stelt eisen aan de methoden waarmee gegevens worden vastgesteld, en artikel 40 richt zich op het voorkomen dat producten anders presteren dan de gegevens suggereren. Samen vormen deze artikelen de basis voor de vraag wie voor de inhoud van het paspoort instaat, zonder dat de ESPR daarbij zelf een boetebedrag of sanctietermijn noemt — die invulling volgt uit nationale handhavingswetgeving die hier niet als bron is meegenomen.

Wie wil nagaan welke rol hij zelf in de keten heeft, begint met de pagina over wie verantwoordelijk is voor het productpaspoort van aluminium, en stelt vandaar uit vast welke van de hierboven genoemde situaties het dichtst bij de eigen positie in de keten komt.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De fabrikant staat aan de lat voor de inhoud

Artikel 27 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt de verplichtingen voor het opstellen van technische documentatie en het correct doorgeven van productinformatie bij de fabrikant. Dat is het uitgangspunt: wie het product maakt of onder eigen naam op de markt brengt, is degene die de gegevens in het paspoort aanlevert en die daarmee ook verantwoordelijk is voor de juistheid ervan. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat iemand binnen de organisatie moet kunnen aanwijzen waar een waarde in het paspoort vandaan komt — een testrapport, een berekening, een verklaring van een toeleverancier. Wie dat niet paraat heeft, kan bij een vraag van een toezichthouder of een klant niet onderbouwen waarom een gegeven klopt. Welke rol een bedrijf precies vervult — fabrikant, importeur of iets anders — is niet in elk geval vanzelfsprekend; zie wie is verantwoordelijk voor het productpaspoort van aluminium? voor de basislijn daarvan.

Het paspoort moet aansluiten bij het fysieke product

Artikel 9 van de ESPR beschrijft wat een digitaal productpaspoort moet bevatten en hoe het aan het product gekoppeld moet zijn via een datadrager. Dat klinkt technisch, maar de kern is eenvoudig: de gegevens in het paspoort horen te kloppen met het product dat er daadwerkelijk aan hangt. Bij aluminium halffabricaten gaat het dan om zaken als samenstelling, herkomst van het materiaal en recyclinggehalte. Voor een productiebedrijf betekent dit dat een wijziging in de legering, het gietproces of de herkomst van het scrap zich moet vertalen in een aanpassing van het paspoort — anders ontstaat een verschil tussen wat er staat en wat er ligt.

Meetmethoden moeten navolgbaar zijn

Artikel 39 van de ESPR gaat over de test-, meet- en berekeningsmethoden die gebruikt worden om productinformatie vast te stellen. Een cijfer in het paspoort — bijvoorbeeld over recyclinggehalte of energieverbruik bij productie — is niet zomaar een getal, het is de uitkomst van een methode. Voor een bedrijf betekent dit dat de gebruikte meet- of rekenmethode vastligt en herleidbaar is, zodat bij een vraag achteraf duidelijk is hoe een waarde is bepaald en niet alleen wát die waarde is.

Omzeiling en verslechtering zijn apart benoemd

Artikel 40 van de ESPR richt zich op het voorkomen van omzeiling van eisen en verslechtering van prestaties, bijvoorbeeld door een product zo te testen of te configureren dat het gunstiger scoort dan in normaal gebruik het geval is. Voor aluminium halffabricaten is dit relevant wanneer testomstandigheden afwijken van de praktijk waarin het materiaal wordt verwerkt. Een bedrijf dat de testcondities kiest, doet er goed aan die condities te kunnen verantwoorden als representatief.

Waar het misgaat in de praktijk

Een paar situaties komen in de praktijk steeds terug.

Verouderde gegevens na een procesaanpassing. Een gieterij past het smeltproces of de scrapverhouding aan, maar het paspoort van eerder geleverde partijen wordt niet bijgewerkt. De data in het paspoort klopt dan niet meer met wat feitelijk is geleverd.

Overname van cijfers zonder brondocument. Gegevens over recyclinggehalte worden overgenomen van een leverancier zonder dat het onderliggende bewijs is opgevraagd of bewaard. Bij een vraag achteraf is niet meer te reconstrueren waar het cijfer vandaan kwam.

Wisseling van leverancier zonder aanpassing van het paspoort. Een bedrijf switcht van aluminiumleverancier, maar de samenstelling of herkomstgegevens in het paspoort blijven ongewijzigd staan. Wat er voor dit soort momenten geregeld moet worden staat beschreven bij wat moet ik regelen voor het paspoort als ik van leverancier wissel.

Onduidelijkheid over wie de brondata levert bij private label. Een merkeigenaar laat aluminium onder eigen merk produceren, maar de technische gegevens komen van de toeleverancier. Als niet vastligt wie welk deel van de data aanlevert en verifieert, ontstaat een grijs gebied zodra er iets niet klopt. Zie hierover wie is verantwoordelijk voor het paspoort als ik aluminium lever aan een merkeigenaar.

Testomstandigheden die niet overeenkomen met praktijkgebruik. Een meetwaarde is correct vastgesteld volgens een erkende methode, maar onder omstandigheden die afwijken van hoe het materiaal in de praktijk wordt verwerkt. Dat raakt aan wat artikel 40 van de ESPR beoogt te voorkomen, ook als er geen opzet in het spel is.

Wat u kunt vastleggen

Een aantal documenten en afspraken maakt het makkelijker om aan te tonen waar een gegeven vandaan komt en wie ervoor instaat:

  • Een overzicht van elk gegeven in het paspoort met de bijbehorende bron — testrapport, berekening, leveranciersverklaring — zodat elk cijfer herleidbaar is naar de onderliggende onderbouwing.
  • Een vastgelegde afspraak met toeleveranciers over wie welke data aanlevert en verifieert, zeker bij private label of bij inkoop van halffabricaten die verder worden bewerkt.
  • Een procedure voor het bijwerken van het paspoort bij een wijziging in proces, legering of herkomst van het materiaal, inclusief wie daarvoor verantwoordelijk is en op welk moment de update gebeurt.
  • Documentatie van de gebruikte test- en meetmethoden, inclusief de omstandigheden waaronder gemeten is, zodat dit bij een vraag achteraf te reconstrueren is.
  • Een dossier per leverancierswissel, waarin is vastgelegd welke gegevens zijn gecontroleerd en aangepast bij de overstap naar een nieuwe aluminiumleverancier.

Voor bedrijven die twijfelen of zij zelf als fabrikant gelden of eerder als importeur of distributeur optreden, is dat onderscheid relevant voor de vraag wie welk deel van deze vastlegging op zich neemt — zie ben ik importeur of fabrikant volgens de ESPR? Wij stellen op basis van de aangeleverde gegevens het paspoort samen en hosten het gedurende de bewaartermijn, maar de juistheid van de onderliggende gegevens blijft een zaak van wie ze aanlevert.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.