alupas.eu

moet er al een productpaspoort zijn als mijn aluminium nog een halffabricaat is

Nee, niet automatisch — het hangt af van welke productgroep het betreft

Een halffabricaat zoals een aluminium profiel, plaat of coil valt niet automatisch onder de paspoortplicht, en het feit dat het nog geen eindproduct is, sluit die plicht ook niet automatisch uit. De ESPR maakt geen algemeen onderscheid tussen halffabricaat en eindproduct; de verordening werkt met productgroepen die per gedelegeerde handeling worden aangewezen. Of aluminium in een bepaalde vorm — geëxtrudeerd, gewalst, gegoten — onder zo'n productgroep valt, bepaalt uiteindelijk of er een paspoort bij moet, niet de vraag of het al "af" is.

Voor wie dit spannend is en voor wie niet

Dit speelt vooral bij bedrijven die aluminium leveren dat verderop in de keten nog bewerkt wordt: profielenmakers die aan kozijnenbouwers leveren, gieterijen die onderdelen leveren aan een fabrikant van een eindproduct, walserijen die coil leveren aan verpakkingsproducenten. De vraag is dan: ligt de paspoortplicht bij mij, of bij degene die er straks een compleet product van maakt? Artikel 2 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) definieert wat onder een "product" valt voor de toepassing van de verordening, en dat begrip is ruim genoeg om ook halffabricaten te kunnen omvatten — het gaat er niet om of iets een eindgebruiksvoorwerp is, maar of het als zodanig op de markt wordt gebracht binnen een aangewezen productgroep. Voor wie zich afvraagt of dat voor aluminium concreet al zo is, geeft welke producten van de aluminiumsector onder de ESPR vallen een overzicht van waar de aanwijzingen nu staan.

Wat hier niet onder valt: reparatieonderdelen en losse vervangstukken kennen een eigen behandeling, die apart wordt uitgelegd op de pagina over losse aluminium reserveonderdelen. En het maakt volgens de definities in artikel 2 in beginsel geen verschil of het aluminium primair of secundair is gewonnen — dat onderscheid raakt eerder de inhoud van het paspoort dan de vraag of er een moet zijn, zoals nader toegelicht op de pagina over primair en secundair aluminium.

Nog geen vaste datum, en de plicht ontstaat pas na de gedelegeerde handeling

Er is nog geen gedelegeerde handeling gepubliceerd die aluminium producten specifiek aanwijst als paspoortplichtige productgroep. Zonder die handeling ontstaat er voor een productgroep geen concrete verplichting — artikel 1 van de ESPR zet het kader neer, maar de daadwerkelijke eisen per productgroep, inclusief een halffabricaat-vraag zoals deze, worden ingevuld via die aparte handeling. Tot die is gepubliceerd, geldt er voor aluminium halffabricaten geen paspoortplicht op basis van de ESPR zelf. Hoe dat proces precies werkt en waarom de datum daarvan afhangt, staat uitgewerkt op de pagina over wat een gedelegeerde handeling is. Zodra er meer bekend is over de verwachte datum, wordt dat bijgehouden op de pagina over wanneer het paspoort verplicht wordt.

Hoe dit in de praktijk uitgezocht wordt

Wie nu al wil weten waar hij aan toe is, begint met de vraag of het eigen product overeenkomt met een productgroep die al is aangewezen of in voorbereiding is — dat overzicht staat op de pagina die beschrijft wat er onder de ESPR valt. Vervolgens is het van belang om te kijken naar de rol in de keten: artikel 38 van de ESPR gaat over de vereisten voor actoren in de toeleveringsketen, en dat artikel is relevant voor de vraag wie welke gegevens moet aanleveren wanneer een halffabricaat verderop in een eindproduct terechtkomt. Een fabrikant van een halffabricaat kan verplicht zijn om gegevens door te geven aan de partij die het eindproduct samenstelt, ook als het paspoort uiteindelijk pas bij dat eindproduct wordt aangemaakt.

Daarna is de vraag relevant of het eigen bedrijf, gezien de omvang, onder eventuele uitzonderingen valt — dat wordt behandeld op de pagina over kleine bedrijven. En voor wie wil weten wat er straks concreet in zo'n paspoort moet staan, mocht de eigen productgroep worden aangewezen, geeft de pagina over welke gegevens in het paspoort komen een beeld van de opbouw, inclusief de unieke identificatiecode die volgens artikel 12 van de ESPR onderdeel is van elk paspoort.

Waar dit uit volgt: artikel 1, artikel 2 en artikel 38 van de ESPR

De kern zit in de combinatie van drie bepalingen. Artikel 1 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) omschrijft het onderwerp en de reikwijdte van de verordening in algemene zin, zonder zelf productgroepen aan te wijzen. Artikel 2 geeft de definities die bepalen wat als "product" geldt voor de toepassing van de regels, en die definitie is niet beperkt tot eindproducten. Artikel 38 regelt de verplichtingen van actoren in de toeleveringsketen, wat relevant wordt zodra een halffabricaat verderop in de keten in een paspoortplichtig eindproduct verwerkt wordt. En artikel 12 beschrijft de unieke identificatiecode die bij een paspoort behoort, wat aangeeft hoe specifiek een paspoort aan een product of partij gekoppeld wordt. Geen van deze artikelen wijst aluminium halffabricaten op dit moment concreet aan; dat gebeurt pas via de gedelegeerde handeling.

Wie wil volgen of en wanneer dit voor een eigen aluminium halffabricaat gaat gelden, kan het beste de aanwijzing van productgroepen in de gaten houden via de pagina over wat er onder de ESPR valt voor de aluminiumsector, en ondertussen nagaan welke gegevens al binnen het eigen bedrijf verzameld worden, zodat die klaarliggen op het moment dat de verplichting concreet wordt.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De vraag of een halffabricaat al onder het productpaspoort valt, draait om één ding: is er een gedelegeerde handeling die dit productgroep specifiek verplicht? De ESPR zelf (Verordening (EU) 2024/1781) is een kaderverordening. Artikel 1 zet het toepassingsgebied neer, maar de verordening zelf legt niet per productgroep vast wanneer het paspoort verplicht wordt — dat gebeurt per productgroep in een gedelegeerde handeling. Voor aluminium halffabricaten is die handeling er nog niet. Wat er wél al te zeggen is, staat in de definities en in de verplichtingen die gaan gelden zodra de handeling er is.

Wat telt als "product" onder de ESPR

Artikel 2 van de ESPR geeft de definities die bepalen wat als product en wat als onderdeel van een product wordt gezien. Een aluminium profiel, plaat of coil dat verder wordt bewerkt of verwerkt in een eindproduct, kan afhankelijk van de definitie in de latere gedelegeerde handeling zowel als zelfstandig product als als onderdeel worden behandeld. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat halffabricaten levert aan verwerkende bedrijven, betekent dit dat de eigen positie in de keten — leverancier van grondstof versus fabrikant van een afgewerkt product — mede bepaalt welke verplichting op welk moment gaat gelden. Meer over die afbakening staat in welke producten van de aluminiumsector onder de ESPR vallen.

Wat de gedelegeerde handeling per productgroep regelt

Omdat de ESPR een raamwerk is, bepaalt de gedelegeerde handeling per productgroep de daadwerkelijke inhoud: welke gegevens, welke drempels, en vanaf welke datum. Voor aluminium is die handeling nog niet gepubliceerd. Dat betekent dat er nu geen vaste verplichting bestaat voor halffabricaten, maar ook dat er geen garantie is dat halffabricaten worden uitgesloten wanneer de handeling wél verschijnt. Hoe dat proces werkt en waarom de inhoud van de verplichting pas dan vastligt, staat uitgewerkt in wat een gedelegeerde handeling is en waarom die bepaalt wat u moet doen.

Verplichtingen voor actoren in de toeleveringsketen

Artikel 38 van de ESPR beschrijft vereisten voor actoren in de toeleveringsketen: iedereen die een product of onderdeel verder in de keten brengt, krijgt een rol in het doorgeven van informatie zodra die verplicht is. Voor een productiebedrijf betekent dit praktisch dat de eigen positie — grondstofleverancier, verwerker, of eindfabrikant — bepaalt welke gegevens straks moeten worden aangeleverd en aan wie. Een bedrijf dat halffabricaten aanlevert aan een profielenbouwer of gieterij zal in de praktijk vaak gegevens moeten doorgeven aan de partij die het paspoort uiteindelijk samenstelt, ook als het paspoort zelf pas op het niveau van het eindproduct verplicht wordt.

De unieke identificatiecode als toekomstig aanknopingspunt

Artikel 12 regelt de unieke identificatiecode die aan een product wordt gekoppeld zodra het paspoort verplicht is. Deze code is de sleutel waarmee gegevens in de keten aan elkaar te koppelen zijn — van grondstof tot eindproduct. Voor een halffabricaat betekent dit dat, wanneer de verplichting ooit ingaat, de vraag opkomt of het halffabricaat zelf al een eigen code krijgt, of dat de code pas ontstaat bij het eindproduct waarin het halffabricaat is verwerkt. Die knop is op dit moment nog niet omgezet in een concrete regel voor aluminium.

Waar het misgaat in de praktijk

Een leverancier van aluminium profielen gaat ervan uit dat het paspoort alleen een zaak is van de partij die het eindproduct op de markt brengt, en besteedt daarom geen aandacht aan het vastleggen van herkomst- en samenstellingsgegevens. Als de gedelegeerde handeling straks eist dat die gegevens van bij het halffabricaat vandaan komen, ontbreekt de basis om er snel aan te voldoen.

Een gieterij neemt aan dat "halffabricaat" automatisch buiten de verplichting valt, zonder te checken hoe de uiteindelijke definitie in de gedelegeerde handeling gaat luiden. De ESPR-definities in artikel 2 laten juist ruimte voor interpretatie die per productgroep wordt ingevuld.

Een verpakkingsproducent verwart de status van halffabricaat met die van eindproduct, en denkt dat omdat het eigen materiaal nog bewerkt wordt door een derde partij, er geen enkele verplichting kan ontstaan. Artikel 38 laat zien dat ook actoren die niet het eindproduct verkopen, een rol kunnen krijgen in het doorgeven van informatie.

Een bedrijf stelt de vraag "geldt dit voor mij" te laat, namelijk pas wanneer de gedelegeerde handeling al is gepubliceerd, en heeft dan geen tijd meer om gegevens over herkomst en samenstelling met terugwerkende kracht te reconstrueren.

Een importeur van aluminium coils gaat af op wat concurrenten doen, in plaats van op de tekst van de verordening en het ESPR-werkplan, en loopt daardoor achter de daadwerkelijke planning aan in plaats van er tijdig op te anticiperen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van de eigen positie in de keten: levert het bedrijf een halffabricaat aan een verwerker, of brengt het zelf een eindproduct op de markt? Dat onderscheid is bepalend voor de vraag wie straks welke verplichting krijgt, zie ook of het digitaal productpaspoort al geldt voor uw aluminium.
  • Herkomst- en samenstellingsgegevens van het halffabricaat, ook als er nog geen verplichting is: legering, herkomst van het aluminium, en of het om primair of secundair materiaal gaat. Dat onderscheid kan gevolgen hebben voor de verplichting, zoals beschreven in of het verschil maakt of aluminium primair of secundair is.
  • Contactgegevens en afspraken met afnemers over wie welke gegevens doorgeeft in de keten, vooruitlopend op wat artikel 38 gaat vragen van actoren in de toeleveringsketen.
  • Een dossier met de huidige stand van de ESPR-planning, zodat duidelijk is vanaf welk moment een gedelegeerde handeling voor aluminium concreet wordt, zie wanneer het productpaspoort verplicht wordt voor aluminium.
  • Een overzicht van welke gegevens naar verwachting in het paspoort terechtkomen, zodat de eigen administratie daarop kan worden voorbereid, zie welke gegevens in het paspoort van aluminium komen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.