Welke gegevens komen er in het productpaspoort van aluminium?
De inhoud van het paspoort volgt uit de gedelegeerde handeling, die er voor aluminium nog niet is
Er is op dit moment geen vastgestelde lijst met gegevens die specifiek voor aluminium halffabricaten in het digitale productpaspoort moeten komen. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) legt in artikel 10 wel het kader vast: het paspoort bevat informatie over het product, de materialen en stoffen erin, de herkomst, de prestaties en het einde van de levensduur, gekoppeld aan een unieke identificatie en ontsloten via een datadrager zoals een QR-code. Welke gegevens dat concreet zijn voor aluminium profielen, gietstukken of verpakkingsmateriaal, wordt per productgroep uitgewerkt in een gedelegeerde handeling op basis van de ecologisch-ontwerpvereisten uit de artikelen 5 tot en met 7. Die uitwerking voor aluminium is er nog niet.
Voor wie dit kader geldt, en wat nog open staat
Het kader van artikel 10 geldt voor producten die onder de ESPR vallen zodra voor hun productgroep een gedelegeerde handeling is vastgesteld. Voor aluminium halffabricaten — profielen, gietstukken, verpakkingsaluminium — is die stap nog niet gezet. Dat betekent dat de categorieën informatie die artikel 10 noemt (productidentificatie, materiaalsamenstelling, stoffen van zorg, prestatie- en duurzaamheidsgegevens, informatie over reparatie, hergebruik en recycling) een raamwerk vormen, maar dat de precieze velden, meeteenheden en verplichte antwoorden voor aluminium nog moeten worden vastgesteld. Wat hier dus niet uit valt af te leiden: een kant-en-klare checklist met exact de gegevens die een fabrikant van aluminium profielen straks moet aanleveren. Die komt pas met de sectorspecifieke handeling.
Wanneer de gegevensset vastligt, en wat er tot die tijd geldt
Een vaste datum voor de gedelegeerde handeling voor aluminium is er niet. Volgens het ESPR-werkplan 2025-2030 wordt die handeling in 2027 verwacht; zodra zij is gepubliceerd, wordt hier de datum en de inhoud van de gegevensset vermeld. Tot die tijd geldt er voor aluminium geen verplichte gegevensset onder de ESPR. Dat betekent niet dat er niets te doen valt: de algemene structuur van artikel 10 en de soort informatie die de artikelen 5 tot en met 7 noemen (prestaties, milieukenmerken, gehalte aan gerecycled materiaal, aanwezigheid van zorgwekkende stoffen) geeft al een goed beeld van de richting waarin de sectorspecifieke eisen zich zullen ontwikkelen.
Wat een fabrikant of importeur nu al kan voorbereiden
De volgorde waarin dit meestal wordt opgepakt, begint bij het in kaart brengen van wat er al aan gegevens bestaat: samenstelling van de legering, herkomst van het aluminium (primair of secundair), aandeel gerecycled materiaal, certificaten van leveranciers, en eventuele testrapporten over mechanische eigenschappen. Deze gegevens komen terug in vrijwel elke uitwerking van artikel 10, omdat ze rechtstreeks aansluiten bij de informatievereisten uit de artikelen 5 tot en met 7 over milieuprestaties en materiaalgebruik. Een tweede stap is het navragen bij toeleveranciers of zij deze gegevens gestructureerd en op individueel productniveau kunnen aanleveren, in plaats van als algemene fabrieksverklaring — het paspoort werkt namelijk op productniveau, niet op batchniveau in algemene zin. Een derde stap is het vastleggen van deze gegevens in een systeem dat ze over een langere periode toegankelijk houdt, aangezien het paspoort na vaststelling van de eisen gedurende een periode beschikbaar moet blijven. Wie dit nu al ordent, hoeft bij publicatie van de gedelegeerde handeling niet bij nul te beginnen, maar kan de bestaande gegevens invullen in de dan geldende velden.
Waar dit op is gebaseerd: artikel 10 en de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR
Artikel 10 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) beschrijft de algemene vereisten waaraan een digitaal productpaspoort moet voldoen: welke soorten informatie erin thuishoren, hoe die wordt ontsloten en aan wie. De artikelen 5 tot en met 7 van dezelfde verordening bepalen de ecologisch-ontwerpvereisten — de prestatie- en informatievereisten — die per productgroep via een gedelegeerde handeling worden vastgesteld en die vervolgens de inhoud van het paspoort voor die productgroep bepalen. Omdat er voor aluminium halffabricaten nog geen gedelegeerde handeling is gepubliceerd, is de exacte gegevensset voor deze sector nog niet vastgesteld; het raamwerk van artikel 10 en de aard van de vereisten in de artikelen 5 tot en met 7 geven wel aan waar die uitwerking op zal aansluiten.
Wie nu al wil beginnen, doet er verstandig aan de bestaande gegevens over samenstelling, herkomst, gerecycled gehalte en certificering op productniveau te verzamelen en gestructureerd vast te leggen, en de publicatie van de gedelegeerde handeling voor aluminium te volgen om die gegevens vervolgens in te passen in de definitieve gegevensset.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 10 (vereisten voor het digitale productpaspoort)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikelen 5 tot en met 7 (vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie- en informatievereisten)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Het digitaal productpaspoort is geen los document met vrij invulbare velden. De ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) bepaalt in artikel 10 aan welke eisen het paspoort als geheel moet voldoen, en in de artikelen 5 tot en met 7 welke productinformatie daarin terecht kan komen. Voor aluminium wordt de precieze inhoud pas concreet zodra de gedelegeerde handeling voor deze productgroep is gepubliceerd. Wat nu al beschreven kan worden, is de aard van de gegevens die logischerwijs in dat paspoort landen, gebaseerd op wat de verordening als categorieën noemt.
Wat er van u wordt verwacht
Materiaalidentificatie vastleggen
Een productpaspoort draait om herleidbaarheid: welk materiaal is dit precies, en waar komt het vandaan. Voor aluminium betekent dat in de praktijk een koppeling tussen het fysieke product en de legeringsaanduiding. Een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers heeft deze gegevens meestal al in de eigen productiespecificaties of certificaten van toeleveranciers staan; de opgave is vooral om ze in een gestructureerde, digitaal uitleesbare vorm te krijgen. Hoe die aanduiding precies wordt vastgelegd, staat beschreven bij hoe leg ik de legering en de EN-AW-aanduiding vast?.
Herkomst en samenstelling van het materiaal tonen
Naast de legering zelf gaat het om de samenstelling van het aluminium: welk deel is primair aluminium, welk deel is recyclaat. Dit is een van de gegevens waar de ESPR expliciet op stuurt via de informatievereisten in artikel 7, omdat circulariteit een centraal doel van de verordening is. Voor een gieterij of profielbedrijf betekent dit dat de eigen inkoopadministratie en smeltregistratie een rol gaan spelen bij het onderbouwen van dit percentage. De manier waarop dat aandeel aangetoond kan worden, staat uitgewerkt bij hoe toon ik het aandeel gerecycleerd aluminium aan?.
Milieu-impact van het product opnemen
Artikel 5 en 6 van de ESPR richten zich op ecologisch ontwerp en prestatie-eisen, waaronder de klimaatimpact van een product. Voor aluminium ligt de aandacht hier vooral op de CO2-uitstoot die aan de productie is verbonden. Dit is een van de zwaardere onderdelen om te onderbouwen, omdat het vraagt om gegevens over energieverbruik en proces die niet altijd al gestandaardiseerd worden vastgelegd binnen een middelgroot productiebedrijf. Zie hiervoor hoe toon ik de CO2-uitstoot per ton aluminium aan?.
Oppervlaktebehandeling en nabewerking specificeren
Aluminium halffabricaten worden vaak geanodiseerd, gecoat of anders nabewerkt voordat ze bij de eindgebruiker terechtkomen. Dat is relevant voor het paspoort, omdat een behandeling invloed heeft op recycleerbaarheid en op de manier waarop het materiaal aan het einde van de levensduur verwerkt kan worden. Voor bedrijven die zelf behandelen, betekent dit dat de procesgegevens van de behandelstap ook onderdeel worden van de documentatie die het paspoort voedt. Meer hierover staat bij moet ik de oppervlaktebehandeling van aluminium melden?.
Reparatie- en verwerkingsinformatie meenemen
Een deel van de informatievereisten in de ESPR richt zich op wat er met een product aan het einde van de levensduur gebeurt: is het te repareren, hoe wordt het gescheiden, welke reststoffen ontstaan er. Voor halffabricaten van aluminium is dit minder een vraag over reparatie van het eindproduct, en meer een vraag over hoe het materiaal terugkomt in de recyclingketen. Dit onderdeel wordt verder toegelicht bij moet ik informatie over reparatie en reststoffen van aluminium in het paspoort zetten?.
Gegevens actueel houden
Een paspoort is geen momentopname die eenmalig wordt ingevuld en daarna blijft liggen. De ESPR vraagt om een levende koppeling tussen product en data, wat betekent dat gegevens die veranderen — zoals een gewijzigd recyclaatpercentage bij een nieuwe productiebatch — ook in het paspoort terug te zien moeten zijn. Hoe vaak dat nodig is, is beschreven bij hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken?.
Waar het misgaat in de praktijk
Een paar situaties komen bij de samenstelling van een aluminium paspoort geregeld terug.
Legeringsgegevens die niet aansluiten op de batch. Een profielfabrikant levert onder één EN-AW-aanduiding, terwijl de precieze samenstelling per smeltcharge licht varieert. Zonder duidelijke koppeling tussen chargegegevens en paspoort ontstaat een mismatch tussen wat op papier staat en wat er daadwerkelijk geleverd is.
Recyclaatpercentage gebaseerd op een gemiddelde in plaats van op het specifieke product. Sommige bedrijven rekenen met een jaargemiddelde over de hele productiemix, terwijl het paspoort gekoppeld is aan een specifiek product of levering. Dat verschil tussen "gemiddeld" en "voor dit product" leidt tot discussie zodra iemand het cijfer wil onderbouwen.
CO2-cijfers die niet zijn onderbouwd met een vastgelegde meetmethode. Een getal zonder duidelijke rekenwijze eronder is moeilijk te verdedigen. Welke methode daarbij gangbaar is om aan te houden, staat beschreven bij volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten?.
Oppervlaktebehandeling die wordt vergeten omdat die door een derde partij wordt uitgevoerd. Wanneer het anodiseren of coaten wordt uitbesteed, verdwijnt die informatie soms uit beeld bij het samenstellen van het paspoort, terwijl de eindgebruiker van het aluminium daar wel gegevens over verwacht.
Verwarring tussen het technisch dossier en het paspoort. Sommige bedrijven denken dat wat al in het technisch dossier staat automatisch voldoende is voor het paspoort. Het verschil tussen die twee documenten staat toegelicht bij wat is het verschil tussen mijn technisch dossier en het digitaal productpaspoort?.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per legering en EN-AW-aanduiding, gekoppeld aan de productiebatch waarop deze van toepassing is
- Documentatie van de herkomst van grondstof: aandeel primair aluminium versus recyclaat, per product of levering
- Een vastgelegde rekenmethode voor de CO2-uitstoot per ton, inclusief de gegevens waarop die berekening steunt
- Procesgegevens van eventuele oppervlaktebehandeling, ook wanneer deze door een derde partij wordt uitgevoerd
- Een intern proces voor het actueel houden van gegevens bij wijzigingen in samenstelling of proces
- Een overzicht van wie binnen en buiten de organisatie toegang heeft tot welke gegevens uit het paspoort, mede relevant in het licht van wie mag welke gegevens uit het productpaspoort inzien?
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.