Hoe geef ik elk product een unieke identificatiecode?
Een code die product, fabrikant en vindplaats aan elkaar koppelt
Elk product krijgt straks niet één simpel nummertje, maar een combinatie van identificatiecodes die samen naar het digitale productpaspoort van dat specifieke product verwijzen. Artikel 12 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) noemt dit de unieke identificatiecode: een code die het mogelijk maakt om vanaf het fysieke product of de verpakking rechtstreeks bij het bijbehorende paspoort uit te komen. Die code staat niet op zichzelf. Artikel 11 van dezelfde verordening beschrijft hoe het paspoort technisch is opgebouwd en hoe het werkt, en de unieke identificatiecode is daarin het onderdeel dat het paspoort vindbaar en te onderscheiden maakt van alle andere paspoorten. Voor een fabrikant of importeur van aluminium halffabrikaten betekent dit in de praktijk dat niet alleen het product zelf een code krijgt, maar dat ook duidelijk moet zijn wie het product op de markt heeft gebracht en, waar relevant, waar het is geproduceerd.
Voor wie en welk aluminiumproduct dit geldt
Deze verplichting geldt voor producten waarvoor via een gedelegeerde handeling onder de ESPR daadwerkelijk een digitaal productpaspoort verplicht is gesteld. Zolang die gedelegeerde handeling er voor aluminium halffabrikaten — profielen, gietstukken, verpakkingsaluminium — nog niet ligt, is er ook geen wettelijke verplichting om al een unieke identificatiecode toe te kennen volgens dit artikel. Het gaat hier bovendien specifiek om de identificatie die het paspoort ontsluit, niet om andere codes die een bedrijf al gebruikt, zoals interne artikelnummers, chargenummers voor kwaliteitscontrole, of douanecodes. Die bestaande codes kunnen straks een rol spelen als bouwsteen, maar zijn op zichzelf niet de unieke identificatiecode die artikel 12 bedoelt. Het onderscheid is relevant: een bedrijf dat nu al goed geregistreerde chargegegevens heeft, staat er beter voor, maar heeft daarmee nog niet automatisch voldaan aan wat straks gevraagd wordt.
Nog geen vaste datum, wel een duidelijk tijdspad
Er is nog geen datum waarop deze verplichting voor aluminium halffabrikaten ingaat. De ESPR zelf is op EU-niveau van kracht, maar welke productgroepen wanneer een digitaal productpaspoort — en dus een unieke identificatiecode — nodig hebben, wordt per productgroep apart geregeld via een gedelegeerde handeling. Voor aluminium staat die handeling op het werkplan van de Europese Commissie voor 2025-2030, met een verwachting dat deze in 2027 wordt gepubliceerd. Tot die gedelegeerde handeling er is, geldt er voor aluminium geen concrete verplichting uit artikel 12. Zodra de handeling gepubliceerd is, wordt hier de datum vermeld zodra die vaststaat.
De volgorde waarin dit doorgaans wordt aangepakt
Wie zich hierop wil voorbereiden, begint niet bij de code zelf, maar bij de vraag welke gegevens al ergens in de organisatie vastliggen en aan welk product, welke partij en welke productielocatie die gegevens hangen. Een logische volgorde is: eerst vaststellen welke producten of productgroepen straks onder de aankomende gedelegeerde handeling voor aluminium gaan vallen. Daarna in kaart brengen wie voor die producten de fabrikant of importeur is in de zin van de ESPR, en of er meerdere productielocaties bij betrokken zijn die apart identificeerbaar moeten zijn. Vervolgens is het zinvol te kijken welke identificatiesystemen al in huis zijn — chargenummers, interne artikelcodes, bestaande koppelingen met leveranciers — omdat die als basis kunnen dienen zodra duidelijk is welke vorm de unieke identificatiecode volgens de definitieve regels moet krijgen. Alupas.eu stelt het paspoort samen op basis van de gegevens die de fabrikant of importeur aanlevert en verzorgt de QR-datadrager waarmee de code fysiek aan het product wordt gekoppeld; die stap komt pas aan de orde nadat de gedelegeerde handeling duidelijkheid geeft over de precieze eisen aan de code.
Onderbouwing: artikel 12 en artikel 11 van de ESPR
De verplichting tot een unieke identificatiecode staat in artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR). Hoe die code zich verhoudt tot de rest van het digitale productpaspoort — de manier waarop het paspoort technisch is opgebouwd, gekoppeld en raadpleegbaar is — volgt uit artikel 11 van dezelfde verordening. Beide artikelen werken pas concreet uit zodra er voor een productgroep een gedelegeerde handeling is vastgesteld die het paspoort voor die groep verplicht stelt; de ESPR zelf bepaalt het kader, de gedelegeerde handeling vult dit in per productgroep.
Wie nu al wil beginnen, kan het beste starten met het op orde brengen van de eigen productregistratie: welk product hoort bij welke partij, welke productielocatie en welke bestaande code. Zodra de gedelegeerde handeling voor aluminium is gepubliceerd, staat hier de concrete datum en wordt beschreven welke vorm de unieke identificatiecode dan moet krijgen.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 12 (unieke identificatiecode)
- Verordening (EU) 2024/1781 (ESPR), artikel 11 (technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Elk product krijgt een eigen unieke identificatiecode
Artikel 12 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) schrijft voor dat het digitale productpaspoort een unieke identificatiecode bevat waarmee het product te identificeren is. Voor een bedrijf dat aluminium profielen, gietstukken of verpakkingshalffabricaten maakt, betekent dit dat er een systeem moet komen om die code toe te kennen — consistent, en zonder dat twee verschillende producten (of batches, afhankelijk van hoe geregistreerd wordt) per ongeluk dezelfde code krijgen. Bij een productie van tientallen tot honderden orders per jaar is dat geen kwestie van losse Excel-nummering meer; het vraagt een vaste, herhaalbare manier van coderen die iedereen in het bedrijf op dezelfde manier toepast. De vraag of dat per stuk of per batch gebeurt hangt samen met wat praktisch haalbaar is voor de productlijn — dat wordt verder uitgewerkt op de pagina over registreren per batch of per stuk.
De code moet aansluiten op een erkende standaard
Artikel 12 verwijst naar identificatiesystemen die aansluiten op internationale of Europese normen, zodat de code niet alleen intern maar ook door partners, toezichthouders en het publiek herkend en opgezocht kan worden. In de praktijk werken veel bedrijven al met GS1-structuren voor logistiek of facturatie; de vraag is of die structuur ook geschikt is als drager van de productpaspoort-code. Dat onderwerp — of een bestaand GS1-nummer hergebruikt kan worden of dat er iets aparts nodig is — komt aan de orde op de pagina over GS1 Digital Link.
De code moet te koppelen zijn aan het register en aan de QR-code op het product
Artikel 11 van de ESPR beschrijft de technische eisen aan het paspoort, waaronder dat het paspoort via een datadrager op het product toegankelijk moet zijn. De unieke identificatiecode is de schakel tussen die datadrager (meestal een QR-code), het paspoor zelf, en de vermelding in het Europese register. Voor een bedrijf betekent dit dat de code niet alleen "ergens intern" moet kloppen, maar ook technisch moet doorwerken naar wat er straks op het aluminium wordt aangebracht — zie de pagina over de QR-code op het product — en naar wat er wordt aangeleverd aan het Europese register.
De code moet stabiel blijven zolang het product bestaat
Een unieke identificatiecode heeft alleen waarde als die niet halverwege verandert. Artikel 12 gaat uit van een code die het product blijvend identificeert, dus ook wanneer er later iets aan de gegevens in het paspoort wordt aangepast. Voor een bedrijf betekent dit dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen de code (die vast blijft) en de inhoud van het paspoort (die wel kan wijzigen) — dat verschil komt terug op de pagina over gegevens wijzigen na publicatie.
Waar het misgaat in de praktijk
Dubbele nummering tussen productlijnen. Een gieterij die zowel gietstukken als verpakkingsonderdelen produceert, gebruikt soms per afdeling een eigen nummerreeks die intern logisch is, maar extern niet uniek. Zodra beide reeksen bij een derde partij (klant, recycler, toezichthouder) samenkomen, ontstaat verwarring over welk product bij welke code hoort.
Batchcode verward met productcode. Bij aluminium halffabricaten wordt vaak al een batch- of smeltnummer gebruikt voor kwaliteitscontrole. Dat nummer wordt dan hergebruikt als paspoort-identificatiecode, zonder dat er is nagedacht of het niveau van uniciteit (batch versus individueel stuk) aansluit bij wat het paspoort vereist.
Code verandert bij herverpakking of ompacking. Wanneer aluminium profielen worden versneden, herverpakt of doorverkocht in kleinere eenheden, wordt soms een nieuwe interne code toegekend zonder dat helder is of dit een nieuw product oplevert (met een nieuw paspoort) of een deel van hetzelfde product blijft.
Geen koppeling tussen code en het ERP-systeem. De identificatiecode wordt handmatig bijgehouden in een apart bestand, los van het systeem waarin orders, voorraad en facturatie lopen. Bij groei of personeelswissel raakt die koppeling al snel kwijt of inconsistent — een risico dat kleiner wordt wanneer de code wordt vastgelegd op de plek waar toch al gekoppeld wordt aan het eigen ERP- of voorraadsysteem.
Code niet leesbaar terug te vinden na jaren. Een aluminium profiel kan lang in gebruik blijven voordat het weer opduikt, bijvoorbeeld bij recycling. Als de code alleen in een intern systeem van dat moment stond, en dat systeem is inmiddels vervangen of niet meer toegankelijk, is de link tussen fysiek product en paspoort verbroken.
Wat u kunt vastleggen
- Een intern coderingsprotocol: hoe de unieke identificatiecode wordt opgebouwd, wie deze toekent, en op welk niveau (stuk, batch, order) dit gebeurt.
- Een overzicht van welke bestaande nummers (smeltnummer, batchnummer, ordernummer) wel of niet hergebruikt worden als basis voor de identificatiecode, en waarom.
- Een vastgelegde koppeling tussen de identificatiecode, de QR-datadrager op het product en het paspoort in het register, zodat bij een controle of vraag van een klant snel duidelijk is welk paspoort bij welk product hoort.
- Afspraken over wat er gebeurt met de code bij bewerking, versnijding of herverpakking van een aluminium halffabricaat, zodat duidelijk is of dit een nieuw product met een nieuwe code oplevert.
- Een vastlegging van hoe lang en waar de identificatiecode herleidbaar blijft, ook wanneer interne systemen worden vervangen — relevant in samenhang met de vraag hoe lang een paspoort beschikbaar moet blijven.
- Een sjabloon voor het toekennen van codes bij nieuwe producten, zodat dit niet van de kennis van één medewerker afhankelijk is.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.