alupas.eu

wat is het verschil tussen mijn technisch dossier en het digitaal productpaspoort

Twee documenten, twee lezers, twee doelen

Het technisch dossier en het digitaal productpaspoort lijken op elkaar omdat ze allebei uit dezelfde gegevens over het aluminium product zijn opgebouwd, maar ze zijn niet hetzelfde document en niet voor hetzelfde publiek gemaakt. Het technisch dossier is de onderbouwing die aantoont dat een product aan de geldende eisen voldoet — het is er voor toezichthouders en voor de fabrikant zelf, om aan te tonen dat de conformiteit klopt. Het digitaal productpaspoort is een gegevensdrager die via een QR-code toegankelijk is voor een bredere kring: afnemers, recyclers, marktdeelnemers verderop in de keten, en onder voorwaarden ook toezichthouders en consumenten. Beide gaan over hetzelfde product, maar het ene document bewijst iets, het andere deelt iets.

Voor welk product en voor welk doel dit geldt

Het technisch dossier bestaat al langer als begrip in productwetgeving en is gekoppeld aan de vereisten inzake ecologisch ontwerp, prestatie en informatie zoals die per productgroep worden vastgesteld — voor aluminium halffabricaten volgt dat uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781). Het paspoort is een aanvullende verplichting die daarnaast komt te staan: artikel 10 van de ESPR beschrijft aan welke technische en functionele eisen het productpaspoort moet voldoen, los van wat er in het onderliggende dossier staat. Waar dit niet voor geldt: het paspoort vervangt het technisch dossier niet, en het dossier vervangt het paspoort niet. Een fabrikant die alleen een dossier heeft bijgehouden voldoet daarmee nog niet aan de paspoortplicht, en omgekeerd is een paspoort geen vervanging voor de onderliggende conformiteitsbeoordeling. Het zijn twee verplichtingen die naast elkaar bestaan, ook al voeden ze zich uit dezelfde brongegevens over legering, samenstelling en herkomst.

Wat er nu al vaststaat en wat nog niet

Een precieze datum vanaf wanneer het paspoort voor aluminium producten verplicht wordt, staat nog niet vast. Dat moet nog via een gedelegeerde handeling per productgroep worden geregeld, en zolang die handeling niet is gepubliceerd, is er geen harde ingangsdatum om hier te noemen. Wat wel vaststaat: de eisen aan het paspoort zelf — wat het technisch moet kunnen, hoe het toegankelijk moet zijn — liggen al vast in artikel 10 van de ESPR. De verplichting om een technisch dossier te voeren volgt uit de eisen die per productgroep worden gesteld op basis van de artikelen 5 tot en met 7, en die twee sporen — dossier en paspoort — lopen dus met een verschillend tempo: het ene kader ligt er, het andere wacht nog op de productspecifieke uitwerking. Tot de gedelegeerde handeling er is, is er dus geen paspoortplicht voor aluminium, maar dat zegt niets over eventuele andere verplichtingen die al wel gelden.

Wat dit betekent voor de aanpak

Praktisch is de volgorde meestal: eerst is er de vraag welke gegevens al vastliggen, vaak in interne kwaliteitsdocumentatie, certificaten van herkomst, of samenstellingsdata die toch al voor andere doeleinden worden bijgehouden. Die gegevens vormen de basis voor beide documenten. Vervolgens is het onderscheid vooral een vraag van vorm en toegang: het technisch dossier blijft intern of gaat naar een toezichthouder, terwijl het paspoort bedoeld is om via een QR-code te ontsluiten voor derden. Dat roept meteen een vervolgvraag op die niet triviaal is: niet alles wat in het technische dossier staat, hoeft ook publiek zichtbaar te worden via het paspoort. Wie zich afvraagt of dat spanningsveld ontstaat bij gevoelige productiegegevens, vindt daar meer over bij bedrijfsgevoelige gegevens over aluminium en de openbaarmakingsplicht. Daarnaast is het zinvol om vooraf te kijken welke partijen straks toegang krijgen tot welk deel van de paspoortgegevens, want dat verschilt per rol in de keten — dat staat beschreven bij wie mag welke gegevens uit het productpaspoort inzien. Wie nu al begint met het ordenen van gegevens over legering, CO2-uitstoot per ton, of het aandeel gerecycled materiaal, bouwt in feite aan de inhoud die straks in beide documenten terugkomt, ook al verschijnt die inhoud in het dossier in een andere vorm dan in het paspoort.

Waar dit op berust: artikel 10 naast de artikelen 5 tot en met 7

Het onderscheid tussen dossier en paspoort volgt rechtstreeks uit de opbouw van de ESPR. De artikelen 5 tot en met 7 van Verordening (EU) 2024/1781 regelen de vereisten inzake ecologisch ontwerp en de prestatie- en informatievereisten waaraan een product moet voldoen — dat is de basis waarop een technisch dossier wordt opgebouwd, per productgroep verder uitgewerkt in gedelegeerde handelingen. Artikel 10 van dezelfde verordening regelt afzonderlijk de technische en functionele eisen aan het digitale productpaspoort zelf: hoe het toegankelijk moet zijn, welke datadrager daarbij past, en hoe het gekoppeld wordt aan het product. Dat het paspoort in een apart artikel staat, los van de ecologisch-ontwerpvereisten, onderstreept dat het om een aanvullende verplichting gaat en niet om een andere naam voor hetzelfde document.

Wie nu wil beginnen, doet er goed aan eerst te inventariseren welke gegevens al beschikbaar zijn over de eigen aluminium producten — denk aan legeringsaanduiding, CO2-cijfers en herkomst van grondstoffen — en die apart te houden van de vraag hoe en aan wie die gegevens straks getoond worden. Zodra de gedelegeerde handeling voor aluminium is gepubliceerd, wordt hier de concrete datum en de precieze scope aangevuld.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een technisch dossier en een digitaal productpaspoort lijken op elkaar omdat ze allebei gegevens over een product bundelen, maar ze dienen een ander doel en hebben een ander publiek. Het technisch dossier is er om aan te tonen dat een product aan de geldende eisen voldoet — dat is intern bewijsmateriaal, bedoeld voor een toezichthouder die om onderbouwing vraagt. Het digitale productpaspoort is er om informatie over het product door te geven aan iedereen in de keten die er iets mee moet doen: een verwerker, een recycler, een afnemer verderop in de lijn. Wie dat verschil op orde heeft, voorkomt dat straks dezelfde vraag twee keer beantwoord moet worden op twee verschillende plekken.

Onderbouwen dat aan de ecologisch-ontwerpeisen is voldaan

De ecologisch-ontwerpeisen uit de artikelen 5 tot en met 7 van de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) omvatten zowel prestatie-eisen (bijvoorbeeld iets over duurzaamheid, herbruikbaarheid of het aandeel gerecycled materiaal) als informatie-eisen. Het technisch dossier is de plek waar wordt vastgelegd hóe aan die eisen is voldaan: welke berekeningen, testen of verklaringen daaraan ten grondslag liggen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit meestal dat bestaande kwaliteitsdocumentatie — testrapporten, leveranciersverklaringen, interne meetprotocollen — een nieuwe functie krijgt: ze worden niet alleen bewaard voor eigen gebruik, maar moeten ook standhouden als iemand van buiten ernaar vraagt.

Gegevens beschikbaar stellen via het productpaspoort

Artikel 10 van de ESPR beschrijft wat het digitale productpaspoort moet bevatten en hoe het toegankelijk moet zijn, onder meer via een datadrager zoals een QR-code. Dit is niet de plek voor bewijsvoering, maar voor de gegevens die de keten nodig heeft: welke gegevens komen er in het productpaspoort van aluminium staat daarom los van de vraag welke onderliggende testrapporten er zijn. Voor de praktijk betekent dit dat een deel van de dossierinformatie wél doorstroomt naar het paspoort — bijvoorbeeld de legeringsaanduiding of het aandeel gerecycled materiaal — maar in een andere, meer publieke vorm.

Onderscheid maken tussen bewijs en publieke informatie

Een technisch dossier mag doorgaans gedetailleerder en gevoeliger zijn dan wat in het paspoort komt te staan, omdat het een ander publiek heeft. Dat onderscheid moet wel bewust gemaakt worden: niet alles wat in het dossier staat, hoort automatisch ook in het paspoort, en niet alles wat in het paspoort staat is voldoende als onderbouwing richting een toezichthouder. Bedrijven die met concurrentiegevoelige samenstellingen of receptuur werken, lopen hier al snel tegen de vraag aan moet ik bedrijfsgevoelige gegevens over mijn aluminium openbaar maken — een vraag die per gegeven anders beantwoord kan worden.

Zorgen dat beide documenten bij elkaar aansluiten

Omdat het paspoort een uittreksel is en het dossier de onderbouwing, moeten de twee op elkaar aansluiten: een waarde die in het paspoort staat, moet terug te voeren zijn op iets in het dossier. Bij aluminium speelt dit sterk bij de CO2-uitstoot en het recyclingpercentage, waarvoor niet elke meetmethode zonder meer bruikbaar is — zie volgens welke methode moet ik de waarden voor het paspoort meten. Wanneer de methode in het dossier niet overeenkomt met wat het paspoort suggereert, ontstaat een verschil dat lastig te herstellen is zodra het paspoort al gepubliceerd is.

Waar het misgaat in de praktijk

Een veelvoorkomende situatie is dat een bedrijf het technisch dossier behandelt als "de bron van waarheid" en denkt dat het paspoort daar automatisch uit voortvloeit. In de praktijk moet er een bewuste selectie en vertaalslag gemaakt worden, en die stap wordt vaak vergeten of aan een IT-leverancier overgelaten zonder dat iemand inhoudelijk heeft gecontroleerd of de vertaling klopt.

Een andere situatie: het dossier wordt bijgewerkt na een procesaanpassing (bijvoorbeeld een andere legering of oppervlaktebehandeling), maar het paspoort niet. Dat raakt direct aan hoe vaak moet ik de gegevens in het productpaspoort bijwerken — het dossier kan intern actueel zijn terwijl het paspoort, dat al bij de klant of importeur ligt, verouderde informatie toont.

Ook lastig: bedrijven nemen aan dat wat in het dossier vertrouwelijk is, dat ook in het paspoort blijft. Zonder aparte afweging per gegeven ontstaat het risico dat gevoelige receptuur- of procesinformatie toch zichtbaar wordt voor partijen die daar volgens wie mag welke gegevens uit het productpaspoort inzien wel toegang tot zouden mogen hebben, maar waarvan het bedrijf dat niet had willen delen.

Een vierde situatie ontstaat bij oppervlaktebehandelingen: het dossier bevat vaak uitgebreide procesparameters, terwijl de vraag of en hoe dit in het paspoort moet — zie moet ik de oppervlaktebehandeling van aluminium melden — apart beantwoord moet worden. Wie dat niet doet, neemt óf te veel procesdetail over, óf vergeet een gegeven dat wél verwacht wordt.

Tot slot: bedrijven die internationaal leveren, laten het paspoort soms in één taal opstellen omdat het technisch dossier ook in die taal is, zonder te checken of dat aansluit bij wat gevraagd wordt onder in welke taal moeten de gegevens in het productpaspoort staan.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke gegevens uit het technisch dossier bedoeld zijn voor intern bewijs, en welke bedoeld zijn om door te stromen naar het productpaspoort.
  • Een vast controlemoment waarop dossier en paspoort naast elkaar worden gelegd bij elke wijziging in samenstelling, legering of proces.
  • Een interne afspraak over wie verantwoordelijk is voor de "vertaalslag" tussen dossier en paspoort, zodat dit niet impliciet bij een softwareleverancier terechtkomt.
  • Een lijst van gegevens die als bedrijfsgevoelig zijn aangemerkt, met de reden waarom, zodat die afweging herhaalbaar en navolgbaar is.
  • Documentatie van de gebruikte meetmethode per gegeven (bijvoorbeeld voor CO2-uitstoot of recyclingpercentage), zodat dossier en paspoort op dezelfde onderbouwing steunen.
  • Een versiebeheer dat vastlegt wanneer het dossier is bijgewerkt en wanneer die wijziging (al dan niet) is doorgevoerd in het paspoort.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.